Onderzoek van abnormale prijzen

De inhoud van deze pagina geldt voor overheidsopdrachten van werken die u bekendmaakte of waarvoor u een uitnodiging tot het indienen van een offerte verstuurde vanaf 1 juli 2013 tot 30 juni 2017. We werken aan een update, nu de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten er is. 

Verplicht prijsonderzoek

Offertes zijn pas inhoudelijk regelmatig, als ze realistisch zijn: ze moeten prijzen bevatten die in een correcte verhouding staan tot de uit te voeren prestatie.
 

U moet bij bepaalde opdrachten het totale offertebedrag onderzoeken; de eenheidsprijzen moet u altijd onderzoeken.

Onderzoek naar het totale offertebedrag (VTG-09.01)

U bent verplicht het totaalbedrag van de ingediende offertes te onderzoeken bij opdrachten:

  • die gegund worden via aanbesteding;
  • en waarvoor minstens vier offertes door geselecteerde inschrijvers werden ingediend.

Artikel 99, § 2 van het KB plaatsing van 15 juli 2011 beschrijft hoe dit onderzoek moet verlopen.

Wanneer is er een vermoedelijk abnormaal totaalbedrag?

Hiervoor geldt de 85%-regel. Ligt het totaalbedrag van een offerte minstens 15% onder het gemiddelde bedrag van de door de geselecteerde inschrijvers ingediende offertes? Dan wordt ze als een offerte met een vermoedelijk abnormaal totaalbedrag beschouwd.
 

Bij de berekening van het gemiddelde houdt u rekening met alle geselecteerde inschrijvers, ongeacht of hun offerte regelmatig is of niet.
 

Het formulier VTG-09.01 (docx - 98 kB) biedt een praktische uitwerking om het gemiddelde te berekenen, via het aantal offertes die voor de opdracht werden ingediend.

Een prijsrechtvaardiging over de abnormaal lage offerte vragen

U bent verplicht de inschrijvers met een vermoedelijk abnormaal lage offerte de nodige verantwoording te vragen. Dit doet u via een aangetekende brief. U kunt hiervoor de modelbrief van de VMSW (doc - 31 kB) gebruiken.
 

De inschrijver heeft dan 12 kalenderdagen tijd om zijn schriftelijke verantwoording te bezorgen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Hoe de inschrijver zijn prijs verantwoordt, moet verband houden met een van de elementen die in artikel 21, § 3, tweede tot vierde lid van het KB plaatsing van 15 juli 2011 staan.
 

Deze elementen zijn:

  • de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken;
  • de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken;
  • de naleving van de bepalingen van arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd.

U onderzoekt daarna de verantwoording van de inschrijver en besluit op basis hiervan of u de offerte al dan niet als onregelmatig beschouwt.
 

In beide gevallen motiveert u uw beslissing. Op het formulier VTG-09.01 is hiervoor de nodige ruimte voorzien.

Geen prijsrechtvaardiging bij een abnormaal lage offerte vragen

Oordeelt u dat de offerte economisch haalbaar is, ook al is ze vermoedelijk abnormaal laag? Dan kunt u beslissen om geen verantwoording te vragen aan de betrokken inschrijver.

Opgelet: deze beslissing moet u grondig motiveren. Ook voor deze optie en de bijhorende verantwoording is ruimte voorzien op het formulier VTG-09.01.

Onderzoek naar eenheidsprijzen (VTG-09.02)

Voor alle offertes moet u altijd de eenheidsprijzen onderzoeken. U bent verplicht alle eenheidsprijzen te onderzoeken, om te kunnen nagaan of de prijzen van alle ingediende offertes effectief realistisch zijn.

Wanneer is er een abnormale eenheidsprijs?

De wetgeving definieert niet vanaf wanneer er sprake is van een abnormale eenheidsprijs. De 85%-regel die geldt bij de beoordeling van totale offertebedragen kunt u dus niet gebruiken om de eenheidsprijzen te beoordelen.
 

U analyseert eenheidsprijzen project per project. U moet inschatten of een prijs abnormaal is: u vergelijkt hiervoor de eenheidsprijzen met de geraamde eenheidsprijzen en met de eenheidsprijzen van de overige inschrijvers.
 

Stelt u bij deze vergelijking inderdaad een belangrijke afwijking vast? Dan onderzoekt u ook het belang van de betrokken posten in de hele offerte. Pas als de betrokken posten een belangrijk deel vormen en de economische haalbaarheid van de offerte in het gedrang komt, moet u overwegen om de inschrijver hierover verantwoording te vragen.
 

Belangrijk: u kunt een offerte nooit weren zonder dat u de inschrijver eerst de kans gaf zich te verantwoorden.

Een prijsrechtvaardiging over de abnormale eenheidsprijs vragen

U vraagt de verantwoording van abnormale eenheidsprijzen altijd via een aangetekende brief. U kunt hiervoor de modelbrief van de VMSW (doc - 32 kB) gebruiken. De inschrijver heeft dan 12 kalenderdagen tijd om te antwoorden, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt.
 

Hoe de inschrijver zijn prijs verantwoordt, moet verband houden met een van de elementen die in artikel 21, § 3 van het KB plaatsing van 15 juli 2011 staan.
 

Die elementen zijn:

  • De doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening.
  • De gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken.
  • De originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken.
  • De naleving van de bepalingen van arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd.
  • De eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.

Inschrijvers moeten er zich van bewust zijn dat een prijsverantwoording vragen geen formaliteit is, maar kan leiden tot het weren van hun offerte. De motivatie die de inschrijver geeft, mag daarom niet beperkt blijven tot vaagheden of algemeenheden. Alleen naar de prijzen van een onderaannemer verwijzen, vermeerderd met een winstmarge, volstaat niet als prijsverantwoording.
 

U onderzoekt de verantwoording van de inschrijver en besluit op basis hiervan of ze de offerte al dan niet als onregelmatig beschouwt.
 

In beide gevallen motiveert u uw beslissing. Op het formulier VTG-09.02 (docx - 96 kB) is hiervoor de nodige ruimte voorzien.

Wat is het risico om een offerte met abnormale eenheidsprijzen te aanvaarden?

Als een inschrijver een offerte indient met onrealistische eenheidsprijzen, wordt de concurrentie vervalst en loopt u het risico dat de werken niet goed worden uitgevoerd of dat de offerte speculatieve prijzen bevat.
 

Wordt een opdracht gesloten tegen te lage prijzen? Dan is de kans reëel dat de aannemer de naleving van zijn contractuele plichten tot een minimum probeert te beperken. Hierdoor kunnen kwaliteits- en veiligheidsvoorschriften zuinig worden toegepast, sociale verplichtingen nauwelijks worden nageleefd, contractuele bepalingen worden geïnterpreteerd en betwist, enz.
 

Daartegenover staat het risico dat aannemers inschrijven met een lage totaalprijs, maar met een erg hoge eenheidsprijs voor één of meerdere artikels die in vermoedelijke hoeveelheden worden uitgedrukt. Zo speculeren ze erop dat de de hoeveelheden in de samenvattende opmeting erg onderschat werden en ze hun lage totaalprijs kunnen recupereren via de afrekening van de vermoedelijke hoeveelheden met een hoge eenheidsprijs.
 

Een inschrijver kan zijn eenheidsprijzen ook verstoren via het zogenaamde ‘front loading’. Hij biedt dan een erg hoge prijs voor de posten die eerst moeten worden uitgevoerd. Zo kan hij aanspraak maken op betalingen in mindering die buiten verhouding staan tot de normale waarde van de uitgevoerde werken en zich in de praktijk een voorschot toe-eigenen.

Formulieren

VTG-09.01 2013: Prijsonderzoek - Totale offertebedragen (docx - 98 kB)

VTG-09.02 2013: Prijsonderzoek - Eenheidsprijzen (docx - 96 kB)

Modelbrieven

Vraag om verantwoording van een vermoedelijk abnormaal lage totaalprijs (doc - 31 kB)

Vraag om verantwoording van vermoedelijk abnormale eenheidsprijzen (doc - 32 kB)