Klachten en verzoeken door aannemers

Een aannemer kan zich ongeveer op drie soorten situaties beroepen om vergoedingen te krijgen:

  1. tekortkomingen te wijten aan de aanbestedende overheid
  2. schorsingen door de aanbestedende overheid
  3. onvoorzienbare omstandigheden

De maatregelen kunnen 3 vormen aannemen (artikel 54; 38/11):

  1. herziening van de opdracht inclusief termijnverlenging
  2. schadevergoeding
  3. verbreking van de opdracht

Schorsing (artikel 55; 38/12)

Een aannemer kan een schadevergoeding eisen als de aanbestedende overheid schorst. Voorwaarde is: de schorsing bedraagt in totaal 5% van de uitvoeringstermijn en minstens 15 dagen.

Belangrijk: De schorsingen mogen niet het gevolg zijn van ongunstige weersomstandigheden en moeten plaatsvinden binnen de contractuele termijn. Als de aannemer dus al met vertraging werkt en de werken worden dan voor een periode geschorst, heeft hij geen recht op een schadevergoeding.

U leest hierover ook meer op de pagina Wijzigingen aan de opdracht.
 

Onvoorziene omstandigheden en nalatigheden te wijten aan de aanbestedende overheid (art. 54 en 56; 38/9 en 38/11))

De aannemer moet de contractuele bepalingen (zoals in de opdrachtdocumenten staan) stipt uitvoeren. In principe mag de aannemer geen enkele wijziging claimen. De uitzonderingen hierop zijn dus ook zeer strikt bepaald.

De aannemer kan zich beroepen op omstandigheden

  • die hij niet kan voorzien als hij zijn offerte indiende of als de aanbestedende overheid het contract sloot;
  • die hij niet kan ontwijken en waarvan hij de gevolgen niet kan verhelpen, ook al heeft hij het nodige gedaan.

Een voorbeeld is het faillissement van een onderaannemer.

De aannemer kan eveneens op een vergoeding claimen bij feiten die te wijten zijn aan de aanbestedende overheid.

Belangrijk: Omgekeerd kan ook de aanbestedende overheid zich beroepen op gelijkaardige situaties om van de aannemer gelijkaardige maatregelen (herziening, schadevergoeding, verbreking) te krijgen (artikel 60).

Wat kan de aannemer eisen bij dergelijke omstandigheden?

De aannemer kan eisen: 

  • een termijnverlenging (standaard)
  • een herziening of verbreking van de opdracht (bij zeer belangrijk nadeel)

Een herziening van de opdracht is bijvoorbeeld: het aanrekenen van extra kosten zoals werfinrichting.

Wat is ‘zeer belangrijk nadeel’? Dit geldt vanaf 2,5% van het opdrachtbedrag of (sowieso) vanaf 100.000 euro (175.000 euro voor opdrachten gepubliceerd nà 30 juni 2017).

De aannemer heeft tijdens de besprekingen over deze herzieningen niet het recht om de uitvoering van de opdracht te vertragen, te onderbreken of in een andere situatie niet te hervatten (artikel 59; art. 38/13).

Tip: In het kader van discussies over de vaststelling in uitvoering van de bij gunning niet-ontdekte fouten in de opdrachtdocumenten, is het aan te raden in wederzijds akkoord een dadingsovereenkomst te sluiten. Dit ten einde een juridische procedure te vermijden.

Indieningstermijnen (artikel 52 en 53 art. 38/14 tot en met 38/17)

De aannemer moet de feiten en omstandigheden die hem nadeel berokkenen zo snel mogelijk schriftelijk indienen. 

De aannemer omschrijft de feiten en wat de invloed kan zijn op het verloop van de opdracht en op de kostprijs. De aannemer moet dit doen, ook al zou de aanbestedende overheid de feiten al kennen.

Meldt de aannemer zijn klachten en verzoeken niet tijdig? Dan kunnen ze nietig verklaard worden (straffe van verval) en verliest de aannemer zijn rechten op vergoeding.

Als termijn geldt: binnen de 30 dagen nadat de omstandigheden plaatsvinden of dat ze bij de aannemer bekend zijn.

De uiterste termijn om klachten en verzoeken in te dienen, is:

  • voor het verstrijken van de contractuele termijn, als de aannemer de termijn wil verlengen of de opdracht wil verbreken;
  • 90 dagen na de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering, als de aannemer een herziening van de opdracht of een schadevergoeding wil.