Borgtocht

Definitie

De borgtocht is een financiële garantie die de aannemer geeft aan de aanbestedende overheid voor zijn verplichting tot de volledige en goede uitvoering van de opdracht.

Voor opdrachten waarvan het opdrachtbedrag kleiner is dan 50.000 euro wordt geen borgtocht geëist.

Het bedrag van de borgtocht bedraagt 5% van het oorspronkelijke opdrachtbedrag. Het bekomen bedrag wordt naar het hoger tiental in euro afgerond (artikel 25). 
Als de aannemer korting heeft toegestaan bij het indienen van zijn offerte wordt de borgtocht berekend op het bestelbedrag inclusief de toegestane korting.
Als de opdracht uit meerdere percelen bestaat wordt elk perceel voor de uitvoering als een aparte opdracht beschouwd en wordt een afzonderlijke borgtocht gesteld per perceel. Zelfs als er meerdere percelen uitgevoerd worden door éénzelfde aannemer stelt deze laatste een borgtocht per perceel (artikel 17 § 2).

De aannemer levert binnen dertig kalenderdagen - volgend op de dag waarop de opdracht wordt gesloten - het bewijs van storting. Deze termijn wordt opgeschort tijdens de sluitingsperiode van de onderneming van de aannemer. Dit kan zijn tijdens bv. de jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst (artikel 27).

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen kan de aard van de borgtocht en het bewijs van borgstelling op verschillende wijzen gesteld worden. Deze worden opgesomd in artikel 26 en 27.

De borgtocht kan in bepaalde gevallen tijdens de uitvoering aangepast worden, bijvoorbeeld als de wijzigingen meer dan 20% van het opdrachtbedrag bereiken (art. 28).

Vrijgave van de borgtocht (artikel 33 en 93)

Het verzoek van de aannemer om over te gaan tot de oplevering geldt voortaan als aanvraag tot vrijgave van de borgtocht. De aannemer moet dus geen apart verzoek tot vrijgave van de borgtocht indienen.

Bij de voorlopige oplevering wordt de eerste helft vrijgegeven, bij de definitieve oplevering de tweede helft. In beide gevallen gebeurt dat na aftrek van de sommen die de aannemer eventueel aan de aanbestedende overheid verschuldigd is.

De vraag tot voorlopige oplevering van de aannemer geeft niet automatisch recht op vrijgave van de borgtocht. De aanbestedende overheid moet nog altijd opdracht geven om de borgtocht vrij te geven en dit binnen de 15 kalenderdagen na het verzoek van de aannemer.

Na deze termijn heeft de aannemer recht op:

  • ofwel de betaling van een intrest die wordt berekend op de neergelegde bedragen;
  • ofwel de teruggave van de gemaakte kosten voor het behoud van de borgstelling.

Verzuim van borgstelling (artikel 29)

Als de aannemer dertig dagen na het versturen van de bestelbrief de borgtocht nog niet gestort heeft, wordt hij daarvoor met een proces-verbaal in gebreke gesteld.

Als de aannemer na 15 dagen volgend op dat aangetekend schrijven nog altijd de borgtocht niet gestort heeft, dan kan de aanbestedende overheid het bedrag van de borgtocht afhouden van de eerste vorderingsstaat of -staten en daarbovenop een éénmalige boete aanrekenen van 2% van het opdrachtbedrag.

Een andere mogelijkheid zou zijn dat er maatregelen van ambtswege genomen worden, zoals bv. de opdracht verbreken. Zo een maatregel, enkel en alleen voor het verzuim van borgstelling, is echter weinig aangewezen.