Toegangsrecht

De inhoud van deze pagina geldt voor overheidsopdrachten van werken die u bekendmaakte of waarvoor u een uitnodiging tot het indienen van een offerte verstuurde vanaf 1 juli 2013 tot 30 juni 2017. We werken aan een update, nu de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten er is. 

Onderzoek van de uitsluitingsgevallen (artikel 61 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)

Wanneer bent u verplicht een inschrijver uit te sluiten (artikel 61, § 1 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)?

U weigert verplicht de toegang tot de opdracht als de inschrijver werd veroordeeld voor:

  • deelname aan een criminele organisatie;
  • omkoping;
  • fraude;
  • witwassen van geld.

Opgelet: dit kan alleen bij een definitieve rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan. Kracht van gewijsde betekent dat de beslissing niet meer in verzet of hoger beroep bestreden kan worden.
 

U leest de dwingende uitsluitingsgronden in artikel 61, § 1 van het KB plaatsing van 15 juli 2011.

Wanneer kunt u een inschrijver uitsluiten (artikel 61, § 2 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)?

U kunt een inschrijver om de volgende redenen uitsluiten, als hij:

  • in (een aanloopprocedure naar) een faillissement, vereffening of gerechtelijke reorganisatie zit;
  • definitief veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast (dit is een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan);
  • een ernstige fout bij zijn beroepsuitoefening heeft begaan;
  • niet in orde is met de RSZ-bijdragen;
  • fiscale schulden heeft;
  • in ernstige mate valse verklaringen over toegangsrecht en kwalitatieve selectie heeft afgelegd.

De uitsluiting is hierbij niet verplicht, maar er bestaat wel een quasi-verplichting. Een overheid is namelijk gebonden door de beginselen van behoorlijk bestuur. U kunt zich hierdoor niet inlaten met een inschrijver die zich in uitsluitingsgeval bevindt.
 

U leest de gevallen waarin u een inschrijver kunt uitsluiten in artikel 61, § 2 van het KB plaatsing van 15 juli 2011.

De inschrijver kan bewijzen dat hij niet onder een uitsluitingsgeval valt

De inschrijver kan bewijzen dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt.
 

Hij kan dit via:

  • een van de documenten uit artikel 61, § 3 van het KB plaatsing van 15 juli 2011 (het gaat om verschillende documenten naargelang de uitsluitingsgrond waarvoor ze een bewijs moeten leveren);
  • een verklaring op erewoord (artikel 61, § 4 van het KB plaatsing van 15 juli 2011).

Bewijsstukken (artikel 61, § 3 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)

De documenten die een inschrijver moet kunnen voorleggen, verschillen naargelang de uitsluitingsgrond waarvoor ze een bewijs moeten leveren. 

 

Voor de volgende uitsluitingsgevallen moet de inschrijver een uittreksel uit het strafregister (of een gelijkwaardig document, uitgereikt door een gerechtelijke- of overheidsinstantie uit het land van herkomst) kunnen voorleggen:

  • deelname aan een criminele organisatie
  • omkoping
  • fraude
  • in (een aanloopprocedure naar) een faillissement, vereffening of gerechtelijke reorganisatie zitten
  • definitief veroordeeld zijn voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast (dit is een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan)
  • een ernstige fout bij zijn beroepsuitoefening begaan

In een uittreksel uit het strafregister worden de strafrechtelijke veroordelingen van een privé- of rechtspersoon vermeld. Een privépersoon kan een uittreksel uit het strafregister krijgen bij de gemeente waar hij woont. Een rechtspersoon (vennootschap, vzw, enz.) moet aankloppen bij het Centraal Strafregister van de FOD Justitie. Meer informatie over een aanvraag voor dit uittreksel vindt u op de website van de FOD Justitie.
 

Voor de volgende uitsluitingsgevallen stelt het KB dat de inschrijver een attest moet voorleggen, ‘uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land’:

  • niet in orde met de RSZ-bijdragen
  • fiscale schulden

Concreet gaat het om een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en een fiscaal attest van de FOD Financiën. Beide attesten kunt u krijgen via de elektronische toepassing Digiflow.
 

Tot slot is het voor de volgende uitsluitingsgevallen aan u om het bewijs te leveren, aan de hand van ‘elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken’:

  • een inschrijver heeft een ernstige fout begaan bij zijn beroepsuitoefening
  • een inschrijver heeft in ernstige mate valse verklaringen over toegangsrecht en kwalitatieve selectie afgelegd

De wetgeving stelt niet concreet om welke documenten of bewijsmiddelen het kan gaan. Wordt u met een inschrijver geconfronteerd die zich in een van beide uitsluitingsgevallen zou kunnen bevinden, is het raadzaam juridisch advies in te winnen.
 

De inschrijver kan een verklaring onder eed afleggen, als de genoemde bewijsmiddelen niet afgeleverd worden in het land van herkomst van de inschrijver of de bestaande documenten niet voldoende bewijs leveren.
 

Opgelet: U mag deze verklaring niet verwarren met de verklaring op erewoord. De verklaring onder eed is een specifiek systeem dat in verschillende landen bestaat en waarbij een bevoegd bestuur bewijskracht verleent aan sommige verklaringen. Bv. in Groot-Brittannië gebeurt de verklaring onder eed over sociale schulden voor een ‘commissioner of oath’.

Expliciete of impliciete verklaring op erewoord

De verklaring op erewoord is expliciet als een gedateerd en ondertekend document bij de offerte gevoegd moet worden.
 

De verklaring kan ook impliciet voortvloeien uit een bepaling in de aankondiging van opdracht of de andere opdrachtdocumenten. Gewoon door zijn offerte in te dienen, verklaart de inschrijver niet in één van de daarin vermelde uitsluitingsgronden te zitten.
 

In het bijzonder bestek VM/B 2013 is een impliciete verklaring op erewoord voorzien. Het inschrijvingsformulier I 2013 bevat onder punt ‘G’ de volgende bepaling: “De inschrijver verklaart zich niet in een toestand van uitsluiting te bevinden, zoals bedoeld in artikel 61 § 1 en § 2 van het KB plaatsing van 15 juli 2011. De aanbestedende overheid houdt zich het recht voor om de attesten die de niet-uitsluiting bewijzen in elk stadium van de gunningsprocedure op te vragen.”
 

Opgelet: Als de verklaring op erewoord in de opdrachtdocumenten voorzien is, moet u wel nog de juistheid van deze verklaring onderzoeken. Hiervan wordt u niet vrijgesteld. Net voor u de uiteindelijke gunningsbeslissing neemt, onderzoekt u de toestand van de inschrijver die als opdrachtnemer in aanmerking komt.

Bijdragen voor de sociale zekerheid (artikel 62 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)

De regelgeving maakt een onderscheid tussen personeel dat onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid en personeel dat niet onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid.

Bij personeel onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid

Een inschrijver moet voor dit personeel een attest kunnen voorleggen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).
 

Uit dit attest blijkt dat hij:

  • zijn bijdragen voor de sociale zekerheid betaald heeft tot en met het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal voor de uiterste indieningsdatum van de offertes;
  • op deze bijdragen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro of, als hij een hogere schuld heeft, dat hij de verkregen betalingsspreiding strikt naleeft.

Uitzondering: De inschrijver ondergaat geen toegangsverbod, als hij meer dan 3.000 euro schuldig is, maar kan bewijzen dat hij zelf schuldeiser is van overheden voor een gelijkwaardig bedrag (op de vermelde 3.000 euro na). Dit geldt alleen als zijn schuldvordering:

  • zeker en opeisbaar is;
  • vrij van elke verplichting tegenover derden is (de schuld die hij opeist, mag niet beslagen, overgedragen of in pand gegeven zijn).

Over welk trimester het RSZ-attest moet gaan (los van de datum waarop het attest werd opgesteld), hangt af van de datum van de opening van de offertes.
 

Datum van de opening van de offertes:

De inschrijver moet minstens in regel zijn tot het einde van volgend trimester:

1 januari t.e.m. 31 maart

derde trimester van het voorbije jaar

1 april t.e.m. 30 juni

vierde trimester van het voorbije jaar

1 juli t.e.m. 30 september

eerste trimester van het lopende jaar

1 oktober t.e.m. 31 december

tweede trimester van het lopende jaar

 

Belangrijk: In de VM/B 2013 staat dat voor inschrijvers met alleen Belgische werknemers u zelf het benodigde attest zult opvragen via de elektronische toepassing Digiflow.

Bij buitenlandse werknemers - niet onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid

Een inschrijver die buitenlandse werknemers (of dus werknemers die niet onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid) tewerkstelt, moet een (alternatief) attest bij zijn offerte voegen. Hieruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de betalingsvoorschriften van de bijdragen voor sociale zekerheid, volgens de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn.
 

Het attest moet de toestand van de inschrijver weergeven op de uiterste dag voor de ontvangst van de offertes.

Fiscale verplichtingen (artikel 63 van het KB plaatsing van 15 juli 2011)

Voor Belgische inschrijvers kunt u het attest ‘fiscale schulden’ raadplegen via de elektronische toepassing Digiflow. Dit attest komt van de FOD Financiën en vermeldt of de inschrijver al dan niet zijn fiscale verplichtingen naleefde.

Met welke belastingen moet de inschrijver in orde zijn?

  • de directe belastingen
  • de inkomstenbelastingen: personenbelasting, vennootschapsbelasting, belasting van niet-inwoners en rechtspersonenbelasting
  • de voorheffingen (onroerende, roerende en bedrijfsvoorheffing
  • de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (verkeersbelasting op autovoertuigen, belasting op inverkeerstelling, het eurovignet, belasting op spelen en weddenschappen, belasting op automatische ontspanningstoestellen
  • de administratieve boetes
  • de belasting over de toegevoegde waarde en de fiscale boetes

Wanneer kijkt u dit na?

U controleert binnen de 48 uur na de openingszitting of de inschrijvers de fiscale verplichtingen naleven (artikel 63, § 2, vierde lid van het KB plaatsing van 15 juli 2011).
 

Digiflow voorziet namelijk geen historiek van fiscale gegevens. Na die 48 uur kunt u geen attest meer opvragen dat de fiscale toestand van de inschrijvers op het moment van de openingszitting weergeeft.