Energieprestatie

Op 29 november 2013 werd het wijzigingsbesluit dat enkele aanpassingen doorvoert in het Energiebesluit definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het wijzigingsbesluit regelt onder meer:

  • het stappenplan van het E-peil tot 2021;
  • de verstrenging van de Umax-eisentabel vanaf 2015;
  • de invoering van systeemeisen vanaf 2015;
  • de invoering van eisen voor ingrijpende energetische renovaties vanaf 2015.

Stappenplan van het E-peil tot 2021

Het maximale E-peil voor nieuwe gebouwen wordt de komende jaren stelselmatig aangescherpt. De eis wordt bepaald door de datum van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning of melding. Voor woongebouwen verloopt het pad zoals hierna aangegeven. Vanaf 2021 moet dus het bijna-energie neutrale (BEN) niveau E30 bereikt worden.

  • 1 januari 2016: E50
  • 1 januari 2018: E40
  • 1 januari 2020: E35
  • 1 januari 2021: E30

Verstrenging van de Umax-eisentabel vanaf 2015

De Umax-eisentabel bevat de maximale warmtedoorgangscoëfficiënten (U-waardes) van de schildelen die het beschermd volume omhullen. Vanaf 2015 wordt een bijkomende eis opgelegd voor het na-isoleren van bestaande scheidingsconstructies. Bij het aanbrengen van buitengevelisolatie tegen bestaande muren en het na-isoleren van bestaande daken en plafonds geldt vanaf 2015 een maximale U-waarde van 0,24 W/m²K. Bij het na-isoleren van spouwmuren wordt een maximale U-waarde gesteld van 0,55 W/m²K en bij bestaande vloeren geldt 0,30 W/m²K.

Vanaf 2016 worden een aantal eisen verder verstrengd. Bijvoorbeeld de eis voor buitenschrijnwerk: Uwindow maximaal 1,5 W/m²K.

Invoering van systeemeisen vanaf 2015

Voor nieuwe technische bouwsystemen in bestaande gebouwen en voor de vervanging of verbetering van bestaande technische bouwsystemen gelden vanaf 1 januari 2015 verschillende systeemeisen. De systeemeisen worden opgelegd bij renovaties of functiewijzigingen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of melding vereist is.

De systeemeisen gaan over het minimale installatierendement voor verwarming, de minimale seizoensprestatiefactor (SPF) van warmtepompen, het maximale vermogen van elektrische doorstroomtoestellen en boilers, warmteterugwinrendement van ventilatiesystemen, enz.

Invoering van eisen voor ingrijpende energetische renovaties vanaf 2015

De ingrijpende energetische renovatie is een nieuwe categorie ‘aard van werk’ naast nieuwbouw, renovatie en functiewijziging. Ze wordt gedefinieerd als een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, voor zover het geen ontmanteling betreft.

In de praktijk betekent dit een renovatie waarbij minstens 75% van de verliesoppervlakte die grenst aan de buitenlucht (muren, ramen, daken en vloeren, behalve vloeren op volle grond en boven kelders), (na)geïsoleerd wordt en waarbij de warmteopwekker vervangen wordt.

Voor ingrijpende energetisch renovaties waarvoor een stedenbouwkundig vergunning aangevraagd wordt vanaf 1 januari 2015 gelden volgende eisen:

  • het E-peil is niet hoger dan E90;
  • de ventilatie-eisen voor nieuwe EPW-eenheden worden nageleefd;
  • de nieuwe, vernieuwde en na-geïsoleerde constructiedelen voldoen aan de maximale U-waardes.

Bijkomende informatie: http://www.vlaanderen.be/nl/bouwen-wonen-en-energie/bouwen-en-verbouwen/energieprestatieregelgeving-epb-voor-nieuwbouw-en-renovatie

EPB-regelgeving en VMSW-procedure

Voor werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is, zal vóór aanbesteding / offerteaanvraag met een vooraf gemaakte berekening aangetoond worden dat het definitief ontwerp voldoet aan de EPB-eisen. Zo niet, dan kan de VMSW geen gunstig advies tot aanbesteding geven.

Aangezien beslissingen, genomen in de fase voorontwerp, een grote impact hebben op de energetische prestaties (o.a. compactheid, oriëntatie, ventilatie…), moet de EPB-verslaggever vanaf het voorontwerp betrokken worden bij het ontwerpproces.

De keuze van de EPB-verslaggever is vrij: dit kan de architect-ontwerper zijn, de ingenieur technieken of een derde (bijv. de veiligheidscoördinator). De EPB-verslaggever moet geregistreerd zijn bij het VEA.

De VMSW stelt een modelcontract EPB-verslaggever ter beschikking.